Hoofdtelefoons

Een hoofdtelefoon of koptelefoon is een systeem van twee luidsprekertjes die vlak bij de beide oren worden gedragen. Hoofdtelefoons worden gebruikt om geluid voor één enkele persoon weer te geven, zonder dat anderen mee kunnen luisteren of ermee worden lastig gevallen.

Al in 1919 was er sprake van een (primitieve) koptelefoon uitgevonden door de Amerikaan Nathaniel Baldwin (1878-1961). Rond 1958 verscheen de koptelefoon met stereo en later, vanaf 1980, de walkman als modernere versie ervan. Vanaf 2001 werd bij de iPod de hoofdtelefoon door oordopjes vervangen, vanaf 2009 is er sprake van zogeheten in-ear-dopjes die dieper in het oor gaan, waardoor de geluidskwaliteit beter is dan wel beter wordt beleefd.

Verreweg de meeste hoofdtelefoons werken volgens het magneto-dynamisch principe, waarbij de spreekspoel aan de conus vastzit en zich in een sterk magnetisch veld bevindt. Op deze spoel wordt het muzieksignaal aangesloten, waardoor het aldus opgewekte wisselende magnetische veld de conus aandrijft. Er bestaan ook elektrostatische hoofdtelefoons, waarvoor een speciale hoogspanning nodig is.

De luidsprekers worden mechanisch vaak aan elkaar verbonden door een beugel. Deze kan over het hoofd heen, onder de kin door, of in de nek gedragen worden, en heeft een verende werking waardoor het contact van de kussentjes die voor meer comfort vaak rond de luidsprekers zijn aangebracht, met de oren wordt gehandhaafd. Soms ontbreekt die beugel, en worden de (in dat geval zeer kleine) luidsprekers in het oor gedragen, al dan niet geholpen door beugeltjes om de oren. Er bestaan hoofdtelefoons met een zogenaamd open systeem, waarbij de ruimte achter de conus in directe verbinding met de omgeving staat en met een gesloten systeem, waarbij de ruimte achter de conus geheel afgesloten is. Hierdoor worden omgevingsgeluiden zeer sterk gedempt.

 

Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden
© 2015 - 2024 Rik Stoet Audio | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel